Nakba en de leugen van polarisatie
RTV Utrecht gaf Sharon Dijksma de kans om zich te profileren als redelijke burgermoeder die emotionele Joden en Palestijnen in een gepolariseerde stad uit elkaar houdt. Die polarisatie is een leugen
Sharon Dijksma had een zware week, zegt ze zelf bij RTV Utrecht, en ik wil haar best geloven. Samen met wethouder Linda Voortman had ze een paar dagen voor het interview een krans gelegd bij een Nakba-herdenking, waarbij de 4 mei-kransen voor gevallen verzetsstrijders achter het Verzetsmonument werden “weggekwakt” om plaats te maken. De kranslegging leidde tot verontwaardiging bij onder meer Centraal Joods Overleg, dat een statement uitstuurde, en de Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers. Beide organisaties reageerden in de Telegraaf.
Maar als je een zware week hebt als bestuurder dan is dat geen vrijbrief om moeilijke vragen niet te hoeven beantwoorden. Van een burgemeester mag meer verwacht worden dan van mijn 14-jarige die, toen ik hem vanochtend wakker maakte, kermde dat hij zich misselijk voelde en vroeg hem ziek te melden terwijl hij alvast naar zijn telefoon greep om Snapchat te openen (telefoon in mijn bezit nu, 14-jarige op school).
Dijksma communiceert heel anders dan Femke Halsema, die weliswaar ook stilstond bij de Nakba op haar instagram, maar zelf niet fysiek aanwezig was op de herdenking in haar stad (die plaatshad in de Domenicuskerk en waar loco Zita Pels wel was). Bij Halsema is de standaard-tactiek tegen kritiek om fel te reageren, op gepikeerde toon. De Amsterdamse burgemeester wimpelt het liefst kritiek af door in de tegenaanval te gaan en critici verwijten terug te werpen. Dat doet ze bij kleine minderheden zoals de Mokumse Joden, door die weg te zetten als opruiend en hypocriet, maar dan via privé-appjes of brieven die die minderheden niet publiceren omdat ze haar nog nodig zullen hebben. Halsema kan zich haar verontwaardigde toon na kritiek ook politiek uitstekend permitteren, gezien de samenstelling van de Amsterdamse raad, waar linkse partijen een meerderheid hebben waarmee Kim Jong Un zelfs niet ontevreden zou zijn.
Dijksma’s communicatiestijl is anders. Allereerst spreekt ze, hoewel inmiddels een vijftiger, op een haast meisjesachtige maar trage manier. Ze heeft ook een toegankelijke, empathische blik, en zegt af en toe dingen als “dit was gewoon een foutje” (let op het verkleinwoord, à la Rutte). Zo haalt ze op behendige wijze de vaart uit het interview.
Nakba
Dijksma ging naar de Nakba-herdenking op het Domplein, zegt ze, niet om een politiek statement te maken maar om de Palestijnse gemeenschap in Utrecht te steunen. Nou zeg, dat is nog eens een nobel motief. Hier even een video van het moment.
Het probleem is alleen dat de herdenking werd georganiseerd bij het verzetsmonument waar anderhalve week eerder, op 4 mei, kransen waren gelegd voor de verzetshelden die het monument verbeeldt. En de herdenking werd georganiseerd door dezelfde club die vorig jaar de Utrechtse raadsvergadering bestormde. Dijksma moest bij die verstoring onder begeleiding van beveiligers naar haar auto worden gebracht. Van strafrechtelijke vervolging kwam het niet, hoewel verstoringen van raadsvergaderingen onder het Wetboek van Strafrecht vervolgbaar zijn. Utrecht4Palestine, verantwoordelijk voor die verstoring, had bij monde van woordvoerder Medhat Alamawi geen spijt.
En nu, enkele maanden later, legt Dijksma met Voortman namens het voltallige college van B&W een bloemstuk neer ter nagedachtenis aan de Nakba bij een bijeenkomst die diezelfde organisatie mee op touw zette, voor een “Free Palestine”-placard, bij het monument voor het Utrechtse verzet tegen de nazi-bezetting. Dezelfde organisatie staat ook in verband met recente spoorwegbezettingen. Mehdat van Utrecht4Palestine wil inmiddels niet meer met zijn achternaam in de krant.
De organisatoren zetten na de kritiek de slachtoffermodus op volle sterkte door het volgende bericht te plaatsen op sociale media:
De interviewer van RTV Utrecht vraagt er allemaal niet naar en Dijksma zelf brengt het uiteraard niet ter sprake. Goed, ik ben mild gestemd na mijn tweede cappuccino, dus laat ik er een understatement ingooien: beetje een gemiste kans dit interview, mensen van RTV Utrecht.
Twee vragen, één antwoord
De interviewer stelt ook nog twee vragen in een klap. Hij vraagt 1) naar de achter het monument weggegooide 4 mei-kransen en 2) naar de Free Palestine-uiting op het verzetsmonument, waaronder Dijksma en Voortman, de wethouder, hun krans legden.
Het zijn twee aparte vragen in dezelfde zin, en hij verbindt ze vervolgens als volgt: “Dat zijn toch ook politieke zaken waarvan je denkt, wat moet je daar als burgemeester niet ver van blijven?” Hell yeah, dacht ik.
Dijksma antwoordt uitsluitend over de kransen en doet dit uitgebreid, met meelevende blik. Ze zegt dat ze er zelf boos van wordt (maar kijkt niet boos). Er wordt onderzocht hoe het kon en het mag niet meer gebeuren. Wij, de kijkers, zijn gerustgesteld nu, alles klopt, het klinkt goed. Maarreh… Hé, wacht eens even… Over de ‘Free Palestine’-vlag zei ze niets. Merkt de interviewer het niet, of laat hij het gaan? De vraag blijft hoe dan ook onbeantwoord terwijl Dijksma verder praat over hoe zorgvuldig ze altijd is met kransen.
Ik heb weleens communicatietraining gevolgd en dit is echt een klassieker, en heel basic: als geïnterviewde neem je de makkelijke helft van een dubbele vraag, je beantwoordt die grondig en zo menselijk mogelijk (‘span gewoon je bilspieren aan terwijl je je tekst zegt,’ was een tip die ik op school bij toneellessen meekreeg als de betekenisvolle blik die de regisseur van me verwachtte even niet lukte). Maar goed, dan heb je dus vermeden een deel van de vraag te beantwoorden, maar met enig geluk zit je tegenover een starstruck-interviewer, of een met weinig ervaring, en die vergeet dat er nog een tweede helft van de vraag was. Hoe dan ook, het resultaat is dat de meest politiek beladen vraag van het interview onbeantwoord bleef: of de “Free Palestine”-uiting op het monument waarvoor de krans werd gelegd de positie van het Utrechtse college reflecteerde. Een vraag die het CJO, als koepel van Joodse organisaties, Dijksma uitdrukkelijk had gevraagd publiek te beantwoorden.
De leugen van de twee polen in een gepolariseerde samenleving
Maar het meest veelzeggende aan Dijksma’s optreden is niet wat ze zegt over de stickers en placards op het verzetsmonument, of over de organisatoren. Het is de manier waarop ze de hele kwestie herformuleert als een probleem van polarisatie.
“Je kan het ook nooit goed doen,” zegt ze (trouwens ook iets wat mijn 14-jarige had kunnen zeggen). “Aan de ene kant de Palestijnse gemeenschap, aan de andere kant de Joodse Utrechters, en ik wil er voor beiden zijn.” Dat klinkt als wijsheid van een burgermoeder die iedereen wil vasthouden, maar het is een communicatietruc, een frame. Ik vind het zelfs het meest kwalijke frame dat, als het gaat over de Joodse gemeenschap, de afgelopen tweeëneenhalf jaar steeds vaker het publieke debat wordt ingeslingerd. En niet alleen door Dijksma, het is schering en inslag, want het doet bewindspersonen, bestuurders, politici zo menselijk lijken. Je hebt Joodse Nederlanders en Palestijnse Nederlanders dus enerzijds, anderzijds…
Het punt is: polarisatie veronderstelt twee polen, twee kanten die elkaar in evenwicht houden. En in dat model wordt elke inhoudelijke, feitelijke kritiek van de Joodse gemeenschap automatisch herduid als tribaal sentiment vanaf een van twee extreme punten. De pijn van Joden is maar één kant van het verhaal, maar de andere kant heeft ook pijn. Burgemeesters staan hiertussen, als brug. Als redelijke middenpartij, arbiter haast.
What a travesty
Maar de Nakba-herdenking en kritiek erop is geen zaak van sentiment van een van twee gelijkwaardige kanten. De Nakba is een historisch frame dat tijdens de herdenking als vaststaand werd gepresenteerd. Vervolgens wordt dat frame klakkeloos overgenomen door journalisten, zelfs het NOS-journaal. En ook de interviewer van RTV Utrecht begon zo zijn vragen, door de Nakba als de verdrijving van Palestijnen weg te zetten, en door Dijksma werd dit frame wederom zonder enige correctie geaccepteerd. De Nakba, zo luidde de framende definitie in het gesprek, is “de dag dat bij de stichting van de staat Israël honderdduizenden Palestijnen werden verdreven.” Oké, dan weten we dat als publiek. Wat zielig voor die Palestijnen. Wat goed dat een burgemeester daar aandacht voor heeft.
Maar, neen! What a travesty, zouden ze in Engeland zeggen. Want als je het hebt over de Nakba dan moet je het hebben over de gehele context. Dan heb je het over het VN-verdelingsplan met een Joodse en een Arabische staat dat de Arabieren en de Arabische staten verwierpen. Dan moet je het hebben over het feit dat de Joden in het Mandaatgebied het wel accepteerden. Als je het hebt over de Nakba dien je te vermelden dat dat embryonale Joodse staatje vervolgens werd aangevallen door omringende Arabische landen die het wilden vernietigen. Als je spreekt over Nakba in de context van Arabische vluchtelingen uit dorpen en steden in het Mandaatgebied, dan dien je ook melding te maken van de meer dan 850.000 Joden die in de jaren daarna werden verdreven uit Irak, Egypte, Jemen, Libië, Marokko, Tunesië, Syrië en Algerije.
Historici als Benny Morris, die zeker niet bekendstaat als Israël-apologeet en die uitgebreider dan wie ook onderzoek deed naar de Palestijnse vluchtelingenstroom van 1948, hebben deze context gedocumenteerd. Maar die context, zoals ook weergegeven in de Telegraaf vorige week, past niet in een herdenking. Want die herdenking is bedoeld als ideologisch instrument: om het Joodse zelfbeschikkingsrecht verdacht te maken.
De rekening
Dijksma hoeft er allemaal niet op te reflecteren van de interviewer, en maar goed ook dachten de woordvoerders in de coulissen, want dat zou de brugfunctie van Sharon tussen twee polen compliceren. Het resultaat van de door dezelfde woordvoerders bedachte polarisatieframing is structureel schadelijk en dat reken ik bestuurders als Dijksma aan. De Joodse gemeenschap die zegt “dit klopt historisch niet” wordt behandeld alsof ze zegt “wij voelen ons ook gekwetst.” Maar dit zijn geen twee gelijkwaardige uitspraken vanaf gelijkwaardige polen. Een feitelijke correctie van de geschiedenis door de Joodse gemeenschap is van een andere orde dan het emotioneel appèl van Palestijnse Utrechters aan de burgemeester om een krans te leggen. Dat emotionele appèl was namelijk gebaseerd op onjuiste weergave van gebeurtenissen in het mandaatgebied 78 jaar geleden.
Maar voor Dijksma’s positionering is het noodzakelijk dat de polen uitwisselbaar zijn. En zo wordt valide inhoudelijke kritiek onschadelijk gemaakt. Bij RTV Utrecht vragen ze er niet meer naar. Joden zijn gewoon een pool. Palestijnse Utrechters zijn een pool. Beide groepen bestaan uit gevoelsmensen. De burgermoeder staat tussen hen in, is er voor iedereen, met een krans en serieuze blik.
Ik gun Sharon Dijksma een betere week. Maar ik gun vooral Nederland een toekomst met bestuurders die zich laten leiden door feiten en bewoners niet wegzetten als polariserend als ze die feiten benadrukken.
PS: Denk nog even goed na mevrouw Dijksma over het feitelijk beantwoorden van de vragen van JA21 en Utrecht Solidair de Utrechtse raad, dus zonder leugens over polariserende Joden.










Het zijn juist de burgemeesters die hun mond vol hebben over polarisatie, die zelf bijdragen aan polarisatie. Door inderdaad één pool te kiezen. Dat zullen ze helaas nooit inzien
Prima stuk.De NPO mag ook weleens tot de orde worden geroepen. Voortdurend worden alternatieve media verdacht gemaakt ivm desinformatie terwijl de publieke omroep zich daar zelf voortdurend schuldig aan maakt